Spoortrillingen bepalen voor nieuwe gebouwen
In een van onze recente projecten hebben we trillingsmetingen, numerieke modellering en data-analyse gecombineerd om de mogelijke invloed van spoortrillingen op een gepland woongebouw te beoordelen.
Onze aanpak bestond uit verschillende stappen:
- Trillingsmetingen op referentiepunten dicht bij het spoor.
- Gebruik van ondergrondgegevens uit DINOloket om een representatief numeriek bodemmodel op te bouwen.
- Numerieke simulaties met STEM-Vibration, waarbij een bewegende breedbandige belasting is gebruikt voor systeemidentificatie. De berekende overdracht van kracht naar trillingsniveau is gecombineerd met de gemeten trillingsdata om een vereenvoudigde equivalente treinbelasting te bepalen die de gemeten bodemtrillingen zo goed mogelijk reproduceert.
- Deze afgeleide treinbelasting is vervolgens gebruikt als invoer voor de belangrijkste STEM-Vibration simulaties. Hiermee hebben we de trillingsvoortplanting van het spoor naar de toekomstige woning berekend en de trillingsreductie tussen de meetlocaties en de fundering van de woning bepaald.
- Vergelijking van de bestaande situatie met de toekomstige situatie, inclusief de geplande ontgraving en bouwgeometrie.
Door de berekende trillingsuitbreiding te combineren met gemeten treinpassages konden we de te verwachten trillingsniveaus bij de toekomstige woning inschatten. Daarmee konden we ook het risico op trillingshinder door zowel reizigers- als goederentreinen beoordelen.
Wat we vooral interessant vinden aan dit soort projecten, is de hybride aanpak: een combinatie van fysische modellering en kalibratie op basis van metingen. De metingen laten zien wat er in de bestaande situatie daadwerkelijk gebeurt, terwijl numerieke modellen het mogelijk maken om een toekomstige situatie te onderzoeken die pas later wordt gerealiseerd.
Deze hybride aanpak biedt een praktische manier om ontwerpkeuzes voor bron- of overdrachtsmaatregelen te ondersteunen en trillingsrisico’s al vóór de bouw te beoordelen.