Van Bouwbesluit naar BBL: wat verandert er?

Boeken naast een laptop in een bibliotheek

Van Bouwbesluit naar BBL: wat verandert er?

Vanaf 1 juli 2022 treedt de Omgevingswet in werking. Op dat moment maakt ook het Bouwbesluit plaats voor haar opvolger: het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL). Veel van de regels en voorschriften uit het Bouwbesluit worden rechtstreeks in het BBL overgenomen. Toch geldt dat lang niet voor alles. We zoomen in op de belangrijkste wijzigingen van de gezondheidsvoorschriften (dat wil zeggen: voor geluid, ventilatie, vocht en daglicht).

De eerste belangrijke wijziging betreft het gehele besluit: van een indeling per onderwerp zoals we dat kennen van het Bouwbesluit, is in het BBL een indeling per bouwfase gemaakt. Voor nieuwbouw en bestaande bouw is dat vooral oude wijn in nieuwe zakken. Voor verbouw (waarbij de eisen gebaseerd zijn op die voor nieuwbouw en bestaande bouw) betekent het dat het overzicht uit het Bouwbesluit is vervangen door een zoektocht in het BBL.

Ook wordt het raamwerk voor de uitvoering van het Besluit Kwaliteitsborging geïntroduceerd. Via dit besluit en de gelijknamige wet verschuift de toetsing van bouwwerken geleidelijk van de gemeente naar een onafhankelijke partij.

De gezondheidsvoorschriften wijzigen alleen significant met betrekking tot de geluidswering van de gevel.

Maatwerk

In het BBL krijgen gemeenten de mogelijkheid om voor de toets van projecten binnen een bepaalde bandbreedte af te wijken van de standaardregels. Dat wordt vastgelegd in een omgevingsplan. Met betrekking tot gezondheid is maatwerk alleen mogelijk voor de eisen omtrent de geluidswering van de uitwendige scheidingsconstructie:

  • Het opnieuw bepalen geluidsbelasting bij nieuwbouw of verbouw (nu geregeld in artikel 3.3 lid 3 van het Bouwbesluit) kan in het BBL alleen nog via maatwerk.
  • De geluidsweringseis kan bij functiewijziging met behulp van maatwerk tot maximaal 5 dB minder streng worden.

Dove gevels worden niet-geluidgevoelige gevels

Het begrip ‘dove gevel’ komt voort uit de Wet geluidhinder. Kort gezegd wordt daarin een gevel die geen of slechts bij uitzondering te openen delen bevat en voldoet aan de nieuwbouweisen qua geluidswering, niet als gevel beschouwd. In het BBL wordt dit begrip vervangen door ‘niet-geluidgevoelige gevel’. Aan de geluidswering van een dergelijke gevel wordt een 3 dB strengere eis gesteld. Daar staat tegenover dat openingen in een niet-geluidgevoelige gevel mogelijk zijn, mits zij met een bouwkundige constructie worden afgeschermd. De afscherming moet ervoor zorgen dat de geluidsbelasting op de opening niet hoger is dan de grenswaarde (voorheen: maximale ontheffingswaarde of maximaal toelaatbare waarde).

Doordat gevelopeningen in een dove gevel niet mogelijk zijn, kan niet via een dove gevel gespuid worden. Omdat het BBL deze mogelijkheid wel biedt, wordt het makkelijker om eenzijdig georiënteerde woonfuncties te realiseren op hoog geluidsbelaste locaties. Spuien wordt na ingang van het BBL sowieso eenvoudiger. Momenteel mag dit alleen via een raam, maar volgens het BBL kan ook via een deur gespuid worden, zo lang deze grenst aan een buitenruimte die bij de woning hoort.

Overigens is het zo dat de oude regels blijven gelden voor eerder bestemde dove gevels, zolang er geen nieuw omgevingsplan is opgesteld waarin de nieuwe definitie is verwerkt.

Strengere eisen voor geluidswering gevel

De karakteristieke geluidswering van de uitwendige scheidingsconstructie moet bij intrede van het BBL worden bepaald op basis van het als omgevingswaarde bepaalde gezamenlijk geluid. Momenteel wordt uitgegaan van een geluidsbelasting per bron, in plaats van voor alle bronnen samen. Het gezamenlijk geluid lijkt op het gecumuleerd geluidsniveau zoals dat in het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 is omschreven, maar zoals uit dit artikel blijkt zijn er wezenlijke verschillen.

Dat betekent dat in geval van meerdere bronnen (bijv. diverse wegen, of wegverkeer en railverkeer) met een vergelijkbare geluidsbelasting uitgegaan moet worden van een hogere geluidsbelasting dan volgens het Bouwbesluit. De eis blijft in het BBL wel hetzelfde, wat zal leiden tot vergelijkbare maatregelen in situaties met één dominante bron en tot zwaardere geluidswerende maatregelen als sprake is van meerdere bronnen of een samenstel van wegen. Overigens wordt geluid van een groot deel van de ongezoneerde industrie nog wel apart beoordeeld en komt luchtvaart zowel afzonderlijk als in het gezamenlijke geluid terug.

In het Bouwbesluit is een bepaling opgenomen waarin staat dat de geluidsbelasting waarop de geluidswering wordt bepaald opnieuw vastgesteld kan worden. Daarmee worden onnodig zware maatregelen voorkomen als de situatie ter plaatse een lagere geluidsbelasting heeft. Zoals eerder al genoemd bij ‘maatwerk’, moet deze mogelijkheid voor herberekening in de nieuwe situatie expliciet als maatwerkvoorschrift in het omgevingsplan worden opgenomen.

Ook is in het BBL voor transformaties (wijziging gebruiksfunctie) een concrete eis geformuleerd. Mits de wijziging voor meer dan 10 jaar bedoeld is, moet de karakteristieke geluidswering minimaal gelijk zijn aan het gezamenlijk geluid verminderd met 33 dB. Dat komt overeen met de eis voor nieuwbouw, en kan nog met maximaal 5 dB worden afgezwakt met behulp van een maatwerkvoorschrift. Als de gevel een niet-geluidgevoelige gevel (voorheen ‘dove gevel’ genoemd) betreft of als deze geheel vervangen wordt, is maatwerk niet mogelijk maar gelden de nieuwbouweisen. In dat geval wordt ook geluid van activiteiten beoordeeld. Luchtvaartlawaai wordt niet afzonderlijk beoordeeld, maar wordt via het gezamenlijke geluid alsnog beschouwd.

Rechtens verkregen niveau beter geformuleerd

Het rechtens verkregen niveau wordt in het BBL gehandhaafd, maar in plaats van ‘het vergunde niveau’ wordt ‘het toegestane kwaliteitsniveau onmiddellijk voorafgaand aan de verbouwing’ als uitgangspunt aangehouden. Voor bijvoorbeeld saneringssituaties, waar niet altijd een vergunning nodig is voor de verbetering van de geluidswering van een gevel, betekent dit dat de kwaliteit na een verbouwing beter geborgd is.

Gebruikseisen vervallen voor niet-woonfuncties

Indirect heeft dit consequenties voor de toetsing aan gezondheidsvoorschriften. Ruimten die in het Bouwbesluit op basis van bijvoorbeeld afmetingen uitgesloten zijn als verblijfsruimte, kunnen in het BBL namelijk wel beschouwd worden als verblijfsruimte.

Deze blog is gebaseerd op de geconsolideerde versies van het Besluit Bouwwerken Leefomgeving en het Besluit Kwaliteit Leefomgeving van 22 april 2021. De informatie die hier gegeven wordt kan daarom nog wijzigen.